Spreuken 20:17
“Brood van bedrog is zoet voor een man; maar daarna zal zijn mond vol kiezels zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 20 — omringende verzen
Het horend oor en het ziend oog — de HEER heeft ze beiden gemaakt.
13Heb de slaap niet lief, opdat u niet tot armoede vervalt; open uw ogen, en u zult verzadigd worden met brood.
14Het deugt niet, het deugt niet, zegt de koper; maar als hij weggegaan is, beroemt hij zich.
15Er is goud en een menigte van robijnen; maar de lippen der kennis zijn een kostbaar kleinood.
16Neem zijn kleed die borg staat voor een vreemde; en neem een onderpand van hem voor een vreemde vrouw.
Brood van bedrog is zoet voor een man; maar daarna zal zijn mond vol kiezels zijn.
Elk voornemen wordt door raad bevestigd; en met wijs overleg voer oorlog.
19Wie rondgaat als een kwaadspreker, onthult geheimen; doe daarom niet mee met wie vleit met zijn lippen.
20Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, diens lamp zal uitgedoofd worden in dikke duisternis.
21Een erfenis kan in het begin haastig verkregen worden; maar het einde ervan zal niet gezegend zijn.
22Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HEER, en Hij zal u redden.