VSV
StatenvertalingSpreuken 26:27
“Wie een kuil graaft, zal daarin vallen; en wie een steen rolt, die zal op hem terugkeren.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 26 — omringende verzen
22
De woorden van een kwaadspreker zijn als wonden, en zij dringen door tot in de binnenste delen van de buik.
23Brandende lippen en een boos hart zijn als een scherf bedekt met zilverschuim.
24Hij die haat, bedekt het met zijn lippen, en legt bedrog op in zijn binnenste;
25Wanneer hij vriendelijk spreekt, geloof hem niet; want er zijn zeven gruwelen in zijn hart.
26Wiens haat verborgen is door bedrog, diens boosheid zal geopenbaard worden voor de gehele gemeente.
27
28Wie een kuil graaft, zal daarin vallen; en wie een steen rolt, die zal op hem terugkeren.
Een leugenachtige tong haat hen die erdoor verdrukt worden; en een vleiende mond werkt verderf.