Spreuken 28:11
“De rijke man is wijs in zijn eigen ogen; maar de arme die verstand heeft, doorziet hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 28 — omringende verzen
Beter is de arme die in zijn oprechtheid wandelt, dan hij die verkeerde wegen gaat, al is hij rijk.
7Wie de wet onderhoudt, is een wijze zoon; maar wie omgaat met guitige lieden, beschaamt zijn vader.
8Wie door woeker en onrechtmatig gewin zijn bezit vermeerdert, vergaart het voor hem die de armen welgezind is.
9Wie zijn oor afwendt van het horen van de wet, zelfs zijn gebed is een gruwel.
10Wie de rechtvaardige op een kwade weg doet dwalen, zal zelf in zijn eigen kuil vallen; maar de oprechten zullen goede dingen bezitten.
De rijke man is wijs in zijn eigen ogen; maar de arme die verstand heeft, doorziet hem.
Wanneer de rechtvaardigen zich verheugen, is er grote eer; maar wanneer de goddelozen opstaan, verbergt een mens zich.
13Wie zijn zonden bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid ontvangen.
14Gelukkig is de man die altijd vreest; maar wie zijn hart verhardt, zal in het onheil vallen.
15Als een brullende leeuw en een rondstruinende beer, zo is een goddeloze heerser over een arm volk.
16Een vorst die inzicht mist, is ook een groot verdrukker; maar wie hebzucht haat, zal zijn dagen verlengen.