VSV
StatenvertalingSpreuken 31:2
“Wat, mijn zoon? en wat, de zoon van mijn schoot? en wat, de zoon van mijn geloften?”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 31 — omringende verzen
1
De woorden van koning Lemuël, de profetie die zijn moeder hem leerde.
2
3Wat, mijn zoon? en wat, de zoon van mijn schoot? en wat, de zoon van mijn geloften?
Geef uw kracht niet aan vrouwen, noch uw wegen aan hetgeen koningen verderft.
4Het is niet voor koningen, o Lemuël, het is niet voor koningen om wijn te drinken; noch voor vorsten sterke drank,
5opdat zij niet drinken en de wet vergeten, en het recht van enige verdrukten verdraaien.
6Geef sterke drank aan hem die verloren dreigt te gaan, en wijn aan hen die bedroefd van hart zijn.
7Laat hem drinken en zijn armoede vergeten, en zijn ellende niet meer gedenken.