VSV
StatenvertalingSpreuken 8:3
“Zij roept bij de poorten, aan de ingang van de stad, bij het binnengaan door de deuren:”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 8 — omringende verzen
1
Roept de wijsheid niet? En laat het verstand zijn stem niet klinken?
2Zij staat op de top der hoge plaatsen, bij de weg, op de kruispunten der paden.
3
4Zij roept bij de poorten, aan de ingang van de stad, bij het binnengaan door de deuren:
Tot u, o mensen, roep ik; en mijn stem is tot de mensenkinderen.
5O onverstandigen, begrijpt de wijsheid; en dwazen, wordt wijs van hart.
6Hoort, want ik zal spreken van voortreffelijke dingen; en de opening van mijn lippen zal rechtvaardige dingen zijn.
7Want mijn mond zal de waarheid spreken; en goddeloosheid is een gruwel voor mijn lippen.
8Al de woorden van mijn mond zijn in gerechtigheid; er is niets verkeerds of verdraaiDs in hen.