Zacharia 1:16
“Daarom zegt de HEER aldus: Ik ben naar Jeruzalem wedergekeerd met barmhartigheid; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, zegt de HEER der heerscharen, en het meetlint zal over Jeruzalem gespannen worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 1 — omringende verzen
En zij antwoordden de engel van de HEER die tussen de mirtestruiken stond en zeiden: Wij hebben de aarde doortrokken, en zie, de gehele aarde zit stil en is in rust.
12Toen antwoordde de engel van de HEER en zeide: O HEER der heerscharen, hoe lang zult U Jeruzalem en de steden van Juda niet barmhartig zijn, waarover U deze zeventig jaren toornig geweest bent?
13En de HEER antwoordde de engel die met mij sprak met goede en troostelijke woorden.
14Zo zeide de engel die met mij sprak tot mij: Roep uit en zeg: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand.
15En Ik ben zeer misnoegd over de heidenen die in rust zijn; want Ik was slechts een weinig misnoegd, maar zij hebben het onheil verergerd.
Daarom zegt de HEER aldus: Ik ben naar Jeruzalem wedergekeerd met barmhartigheid; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, zegt de HEER der heerscharen, en het meetlint zal over Jeruzalem gespannen worden.
Roep nog verder en zeg: Zo zegt de HEER der heerscharen: Mijn steden zullen door voorspoed nog overvloeien; en de HEER zal Sion nog troosten en Jeruzalem nog verkiezen.
18Toen sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, vier hoornen.
19En ik zeide tot de engel die met mij sprak: Wat zijn deze? En hij antwoordde mij: Dit zijn de hoornen die Juda, Israël en Jeruzalem verstrooid hebben.
20En de HEER toonde mij vier smeden.
21Toen zeide ik: Wat komen dezen doen? En hij sprak en zeide: Dit zijn de hoornen die Juda hebben verstrooid, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar dezen zijn gekomen om hen te verschrikken, om de hoornen der volken te verwerpen, die hun hoorn ophieven over het land van Juda om het te verstrooien.