Terug naar Zacharia 12
VSV
Statenvertaling

Zacharia 12:4

Te dien dage, zegt de HEER, zal Ik alle paarden slaan met verbijstering, en hun ruiters met waanzin; en over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik slaan met blindheid.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 12 — omringende verzen

1

De last van het woord des HEREN over Israël, zegt de HEER, Die de hemelen uitspant en de aarde grondvest, en de geest van de mens in hem vormt.

2

Zie, Ik zal Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, en ook tegen Juda zal het zijn in de belegering tegen Jeruzalem.

3

En het zal te dien dage geschieden dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen des lastens voor alle volken; allen die hem opheffen, zullen zich zeker verwonden, al waren ook al de volken der aarde tegen haar verzameld.

4

Te dien dage, zegt de HEER, zal Ik alle paarden slaan met verbijstering, en hun ruiters met waanzin; en over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik slaan met blindheid.

5

En de leiders van Juda zullen in hun hart zeggen: De bewoners van Jeruzalem zijn mijn sterkte in de HEER der heerscharen, hun God.

6

Te dien dage zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurhaard onder hout, en als een fakkel met vuur in een schoof; en zij zullen alle volken rondom verslinden, ter rechterhand en ter linkerhand; en Jeruzalem zal nog bewoond worden op haar eigen plaats, in Jeruzalem.

7

En de HEER zal eerst de tenten van Juda verlossen, opdat de heerlijkheid van het huis van David en de heerlijkheid van de bewoners van Jeruzalem zich niet tegen Juda verheffe.

8

Te dien dage zal de HEER de bewoners van Jeruzalem beschermen; en wie zwak is onder hen, zal te dien dage zijn als David, en het huis van David zal zijn als God, als de Engel des HEREN voor hun aangezicht.

9

En het zal te dien dage geschieden dat Ik zal trachten alle heidenen te verdelgen die tegen Jeruzalem komen.