Terug naar Zacharia 13
VSV
Statenvertaling

Zacharia 13:7

Ontwaak, o zwaard, tegen Mijn Herder, en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEER der heerscharen; sla de Herder en de schapen zullen verstrooid worden; en Ik zal Mijn hand keren tegen de kleinen.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 13 — omringende verzen

2

En het zal geschieden te dien dage, spreekt de HEER der heerscharen, dat Ik de namen van de afgoden uit het land zal uitroeien, en zij zullen niet meer gedacht worden; en ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land doen weggaan.

3

En het zal geschieden, wanneer iemand nog profeteert, dan zullen zijn vader en zijn moeder die hem verwekt hebben, tot hem zeggen: Gij zult niet leven, want gij spreekt leugens in de Naam van de HEER; en zijn vader en zijn moeder die hem verwekt hebben, zullen hem doorboren wanneer hij profeteert.

4

En het zal geschieden te dien dage, dat de profeten zich zullen schamen, een ieder over zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen harig kleed dragen om te bedriegen.

5

Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een landbouwer; want een mens heeft mij geleerd vee te hoeden van mijn jeugd af.

6

En men zal tot hem zeggen: Wat zijn deze wonden in uw handen? Dan zal hij antwoorden: Die waarmee ik geslagen ben in het huis van mijn vrienden.

7

Ontwaak, o zwaard, tegen Mijn Herder, en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEER der heerscharen; sla de Herder en de schapen zullen verstrooid worden; en Ik zal Mijn hand keren tegen de kleinen.

8

En het zal geschieden in het gehele land, spreekt de HEER, dat twee delen daarin uitgeroeid zullen worden en sterven; maar het derde deel zal daarin overblijven.

9

En Ik zal het derde deel in het vuur brengen, en hen louteren zoals zilver gelouterd wordt, en hen beproeven zoals goud beproefd wordt; zij zullen Mijn Naam aanroepen en Ik zal hen verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEER is mijn God.