Zacharia 3:2
“En de HEER zeide tot de satan: De HEER bestraffe u, o satan; ja, de HEER die Jeruzalem verkoren heeft bestraffe u: is dit niet een stuk hout dat uit het vuur gerukt is?”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 3 — omringende verzen
En hij toonde mij Jozua, de hogepriester, staande voor de engel van de HEER, en de satan stond aan zijn rechterhand om hem te wederstaan.
En de HEER zeide tot de satan: De HEER bestraffe u, o satan; ja, de HEER die Jeruzalem verkoren heeft bestraffe u: is dit niet een stuk hout dat uit het vuur gerukt is?
Nu was Jozua gekleed met vuile klederen en stond voor de engel.
4En hij antwoordde en sprak tot hen die voor hem stonden: Neemt de vuile klederen van hem weg. En tot hem zeide hij: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en zal u omhullen met feestgewaden.
5En ik zeide: Laat hen een reine tulband op zijn hoofd zetten. Zo zetten zij een reine tulband op zijn hoofd en bekleedden hem met klederen. En de engel van de HEER stond daarbij.
6En de engel van de HEER betuigde aan Jozua en zeide:
7Zo zegt de HEER der heerscharen: Indien gij in Mijn wegen wandelt en indien gij Mijn geboden onderhoudt, dan zult gij ook Mijn huis regeren en Mijn voorhoven bewaken, en Ik zal u een plaats geven te wandelen onder hen die hier staan.