Zacharia 6:10
“Neem van hen uit de ballingschap, namelijk van Heldai, van Tobia en van Jedaja, die uit Babel gekomen zijn, en kom gij op diezelfde dag en ga in het huis van Josia, de zoon van Zefanja;”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 6 — omringende verzen
En de engel antwoordde en zeide tot mij: Deze zijn de vier geesten des hemels, die uitgaan nadat zij gestaan hebben voor de Heere der ganse aarde.
6De zwarte paarden die daarin zijn, gaan uit naar het land van het noorden; en de witte gaan uit achter hen; en de gevlekte gaan uit naar het land van het zuiden.
7En de sterke gingen uit en zochten te gaan om te trekken door de aarde heen en weer; en Hij zeide: Gaat heen, trekt door de aarde heen en weer. Zo trokken zij door de aarde heen en weer.
8Toen riep Hij mij toe en sprak tot mij, zeggende: Zie, zij die naar het land van het noorden uitgaan, hebben Mijn Geest doen rusten in het land van het noorden.
9En het woord des HEREN kwam tot mij, zeggende:
Neem van hen uit de ballingschap, namelijk van Heldai, van Tobia en van Jedaja, die uit Babel gekomen zijn, en kom gij op diezelfde dag en ga in het huis van Josia, de zoon van Zefanja;
Neem dan zilver en goud, en maak kronen, en zet ze op het hoofd van Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester;
12En spreek tot hem, zeggende: Zo spreekt de HEER der heerscharen, zeggende: Zie, de Man Wiens Naam is SPRUIT; en Hij zal uit Zijn plaats opgroeien en Hij zal de tempel des HEREN bouwen.
13Ja, Hij zal de tempel des HEREN bouwen, en Hij zal heerlijkheid dragen, en Hij zal zitten en heersen op Zijn troon; en Hij zal een Priester zijn op Zijn troon; en de raad des vredes zal tussen hen beiden zijn.
14En de kronen zullen zijn voor Helem en voor Tobia en voor Jedaja en voor Hen, de zoon van Zefanja, tot een gedachtenis in de tempel des HEREN.
15En zij die ver zijn, zullen komen en bouwen aan de tempel des HEREN, en gij zult weten dat de HEER der heerscharen mij tot u gezonden heeft. En dit zal geschieden, indien gij naarstig de stem des HEREN uws Gods zult gehoorzamen.