Terug naar Zacharia 9
VSV
Statenvertaling

Zacharia 9:7

En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegnemen, en zijn gruwelen van tussen zijn tanden; maar wie overblijft, ook die zal voor onze God zijn, en hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als een Jebusiet.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 9 — omringende verzen

2

En ook Hamath, dat daaraan grenst; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs zijn.

3

En Tyrus heeft voor zichzelf een vesting gebouwd, en zilver opgehoopt als stof, en fijn goud als slijk der straten.

4

Zie, de Heer zal haar uitwerpen en Hij zal haar macht op de zee verslaan; en zij zal door vuur verteerd worden.

5

Askelon zal het zien en vrezen; Gaza ook, en zij zal zeer beangst zijn, en Ekron, want haar verwachting zal beschaamd worden; en de koning zal uit Gaza vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.

6

En een bastaard zal in Asdod wonen, en Ik zal de hoogmoed der Filistijnen uitroeien.

7

En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegnemen, en zijn gruwelen van tussen zijn tanden; maar wie overblijft, ook die zal voor onze God zijn, en hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als een Jebusiet.

8

En Ik zal rondom Mijn huis een legerplaats opslaan tegen het leger, tegen wie heen en weer trekt; en er zal geen verdrukker meer door hen heengaan, want nu heb Ik het met Mijn ogen gezien.

9

Verheug u zeer, o dochter van Sion; juich, o dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u; Hij is rechtvaardig en brengt redding; nederig en rijdend op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.

10

En Ik zal de strijdwagen uit Efraïm uitroeien, en het paard uit Jeruzalem, en de strijdboog zal uitgeroeid worden; en Hij zal vrede spreken tot de heidenen; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.

11

Ook u aangaande, om het bloed van uw verbond heb Ik uw gevangenen vrijgelaten uit de kuil waarin geen water is.

12

Keert terug naar de vesting, gij gevangenen der hoop; ook heden verklaar Ik dat Ik u het dubbele zal vergelden.