Terug naar Zefanja 2
VSV
Statenvertaling

Zefanja 2:4

Want Gaza zal verlaten zijn, en Askelon een verwoesting; zij zullen Asdod uitdrijven op het middaguur, en Ekron zal worden ontworteld.

Kruisverwijzingen

Context

Zefanja 2 — omringende verzen

1

Vergadert u tezamen, ja, vergadert u, o volk zonder verlangen;

2

Eer het besluit ten uitvoer wordt gebracht, eer de dag voorbijgaat als kaf, eer de brandende toorn des HEREN over u komt, eer de dag van des HEREN toorn over u komt.

3

Zoekt de HEER, alle zachtmoedigen der aarde, die zijn verordeningen hebben betracht; zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid; misschien zult gij verborgen worden op de dag van des HEREN toorn.

4

Want Gaza zal verlaten zijn, en Askelon een verwoesting; zij zullen Asdod uitdrijven op het middaguur, en Ekron zal worden ontworteld.

5

Wee de inwoners van de zeekust, het volk der Keretieten! Het woord des HEREN is tegen u; o Kanaän, land der Filistijnen, Ik zal u verdelgen, zodat er geen inwoner meer zal zijn.

6

En de zeekust zal weidegronden zijn met herdersstalletjes en kooien voor kudden.

7

En de kust zal voor het overblijfsel van het huis van Juda zijn; zij zullen er weiden; in de huizen van Askelon zullen zij 's avonds neerliggen; want de HEER hun God zal hen bezoeken en hun gevangenis wenden.

8

Ik heb de smaad van Moab gehoord, en het gelaster van de kinderen van Ammon, waarmede zij mijn volk hebben gesmaad en zich hebben verheven tegen hun grenzen.

9

Daarom, zo waarlijk als Ik leef, zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Voorwaar, Moab zal zijn als Sodom, en de kinderen van Ammon als Gomorra, een broeiplaats van netels en zoutputten en een eeuwige verwoesting; het overblijfsel van mijn volk zal hen plunderen en de rest van mijn volk zal hen bezitten.