Psalmen 112
Prijs de HEER. Zalig is de man die de HEER vreest, die grote vreugde vindt in Zijn geboden.
Zijn nageslacht zal machtig zijn op aarde; het geslacht der oprechten zal gezegend worden.
Rijkdom en overvloed zullen in zijn huis zijn, en zijn gerechtigheid duurt voor eeuwig.
Voor de oprechten gaat er licht op in de duisternis; hij is genadig, barmhartig en rechtvaardig.
Een goed mens betoont gunst en leent uit; hij beheert zijn zaken met wijsheid.
Voorzeker zal hij voor altijd niet wankelen; de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.
Hij zal niet vrezen voor kwade tijdingen; zijn hart is standvastig, vertrouwend op de HEER.
Zijn hart is bevestigd, hij zal niet vrezen, totdat hij zijn verlangen aan zijn vijanden ziet.
Hij heeft uitgedeeld, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid duurt voor eeuwig; zijn hoorn zal met eer verhoogd worden.
De goddeloze zal het zien en verdriet hebben; hij zal knarsetanden en wegsmelten; het verlangen der goddelozen zal vergaan.
10 verzen
Statenvertaling