VSV
StatenvertalingPsalmen 112:10
“De goddeloze zal het zien en verdriet hebben; hij zal knarsetanden en wegsmelten; het verlangen der goddelozen zal vergaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 112 — omringende verzen
5
Een goed mens betoont gunst en leent uit; hij beheert zijn zaken met wijsheid.
6Voorzeker zal hij voor altijd niet wankelen; de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.
7Hij zal niet vrezen voor kwade tijdingen; zijn hart is standvastig, vertrouwend op de HEER.
8Zijn hart is bevestigd, hij zal niet vrezen, totdat hij zijn verlangen aan zijn vijanden ziet.
9Hij heeft uitgedeeld, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid duurt voor eeuwig; zijn hoorn zal met eer verhoogd worden.
10
De goddeloze zal het zien en verdriet hebben; hij zal knarsetanden en wegsmelten; het verlangen der goddelozen zal vergaan.