BijbelPsalmenHoofdstuk 4

Psalmen 4

VorigeVolgende
Statenvertaling · VSV
1

Verhoor mij als ik roep, o God van mijn gerechtigheid; U heeft mij ruimte gegeven toen ik in benauwdheid was; wees mij genadig en hoor mijn gebed.

2

O mensenkinderen, hoe lang zult gij mijn eer tot schande maken? Hoe lang zult gij de ijdelheid liefhebben en de leugen zoeken? Sela.

3

Weet echter dat de HEER de godvrezende voor Zich heeft afgezonderd; de HEER zal verhoren als ik tot Hem roep.

4

Beeft en zondigt niet; overdenkt in uw hart op uw legerstede en weest stil. Sela.

5

Brengt offers der gerechtigheid en vertrouwt op de HEER.

6

Velen zeggen: Wie zal ons enig goed tonen? HEER, verhef over ons het licht van Uw aangezicht.

7

U heeft vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ten tijde dat hun koren en hun wijn overvloedig waren.

8

Ik zal mij neerleggen en in vrede slapen, want U alleen, o HEER, doet mij veilig wonen.

8 verzen

Statenvertaling

VorigeVolgende