Terug naar 1 Koningen 1
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 1:46

En bovendien zit Salomo op de koninklijke troon.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 1 — omringende verzen

41

En Adonia en al zijn gasten die bij hem waren, hoorden het, toen zij opgehouden hadden met eten. En toen Joab het geluid van de bazuin hoorde, zei hij: Waarom is er zulk een rumoer in de stad?

42

En terwijl hij nog sprak, zie, Jonathan, de zoon van Abiathar, de priester, kwam; en Adonia zei tot hem: Kom binnen; want gij zijt een dapper man en brengt goede tijding.

43

En Jonathan antwoordde en zei tot Adonia: Voorwaar, onze heer, koning David, heeft Salomo koning gemaakt.

44

En de koning heeft met hem gezonden Zadok, de priester, en Nathan, de profeet, en Benaja, de zoon van Jojada, en de Keretieten en de Peletieten, en zij hebben hem laten rijden op het muildier van de koning.

45

En Zadok, de priester, en Nathan, de profeet, hebben hem tot koning gezalfd in Gihon; en zij zijn vandaar opgetrokken met vreugde, zodat de stad in rep en roer was. Dit is het rumoer dat gij gehoord hebt.

46

En bovendien zit Salomo op de koninklijke troon.

47

En ook kwamen de dienaren van de koning om onze heer, koning David, te zegenen en te zeggen: Moge God de naam van Salomo beter maken dan uw naam, en zijn troon groter maken dan uw troon. En de koning boog zich neer op het bed.

48

En ook sprak de koning aldus: Geloofd zij de HEER, de God van Israël, die heden iemand gegeven heeft om op mijn troon te zitten, terwijl mijn ogen het zien.

49

En al de gasten die bij Adonia waren, werden bevreesd, en zij stonden op en gingen ieder zijns weegs.

50

En Adonia was bevreesd voor Salomo, en hij stond op en ging heen en greep de hoorns van het altaar vast.

51

En men berichtte Salomo en zei: Zie, Adonia is bevreesd voor koning Salomo; want zie, hij heeft de hoorns van het altaar vastgegrepen en gezegd: Laat koning Salomo mij heden zweren dat hij zijn dienaar niet met het zwaard zal doden.