1 Koningen 11:3
“En hij had zevenhonderd vrouwen van vorstelijke afkomst en driehonderd bijvrouwen; en zijn vrouwen wendden zijn hart af.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 11 — omringende verzen
Maar koning Salomo beminde vele vreemde vrouwen, behalve de dochter van Farao: vrouwen van de Moabieten, Ammonieten, Edomieten, Zidoniërs en Hethieten,
2Van de volken waarover de HEER tot de kinderen Israëls gezegd had: Gij zult niet tot hen ingaan, noch zullen zij tot u inkomen; want zij zullen voorzeker uw hart afwenden naar hun goden. Aan dezen hing Salomo in liefde.
En hij had zevenhonderd vrouwen van vorstelijke afkomst en driehonderd bijvrouwen; en zijn vrouwen wendden zijn hart af.
Want het geschiedde, toen Salomo oud was, dat zijn vrouwen zijn hart afwendden naar andere goden; en zijn hart was niet volkomen met de HEER zijn God, zoals het hart van zijn vader David.
5Want Salomo ging Astoreth na, de godin der Zidoniërs, en Milkom, de gruwel der Ammonieten.
6En Salomo deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, en volgde de HEER niet volledig na, zoals zijn vader David.
7Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kemos, de gruwel van Moab, op de berg die voor Jeruzalem ligt, en voor Moloch, de gruwel van de kinderen Ammons.
8En evenzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die reukoffers brachten en offerden aan hun goden.