Terug naar 1 Koningen 11
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 11:6

En Salomo deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, en volgde de HEER niet volledig na, zoals zijn vader David.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 11 — omringende verzen

1

Maar koning Salomo beminde vele vreemde vrouwen, behalve de dochter van Farao: vrouwen van de Moabieten, Ammonieten, Edomieten, Zidoniërs en Hethieten,

2

Van de volken waarover de HEER tot de kinderen Israëls gezegd had: Gij zult niet tot hen ingaan, noch zullen zij tot u inkomen; want zij zullen voorzeker uw hart afwenden naar hun goden. Aan dezen hing Salomo in liefde.

3

En hij had zevenhonderd vrouwen van vorstelijke afkomst en driehonderd bijvrouwen; en zijn vrouwen wendden zijn hart af.

4

Want het geschiedde, toen Salomo oud was, dat zijn vrouwen zijn hart afwendden naar andere goden; en zijn hart was niet volkomen met de HEER zijn God, zoals het hart van zijn vader David.

5

Want Salomo ging Astoreth na, de godin der Zidoniërs, en Milkom, de gruwel der Ammonieten.

6

En Salomo deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, en volgde de HEER niet volledig na, zoals zijn vader David.

7

Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kemos, de gruwel van Moab, op de berg die voor Jeruzalem ligt, en voor Moloch, de gruwel van de kinderen Ammons.

8

En evenzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die reukoffers brachten en offerden aan hun goden.

9

En de HEER was toornig op Salomo, omdat zijn hart zich afgewend had van de HEER, de God van Israël, die hem tweemaal verschenen was,

10

En hem ten aanzien van deze zaak geboden had, dat hij geen andere goden mocht navolgen; maar hij hield niet wat de HEER geboden had.

11

Daarom zeide de HEER tot Salomo: Omdat dit van u gedaan is, en gij mijn verbond en mijn inzettingen, die Ik u geboden heb, niet gehouden hebt, zal Ik het koninkrijk voorzeker van u scheuren en het aan uw dienaar geven.