1 Koningen 14:27
“En koning Rehabeam maakte in hun plaats koperen schilden, en vertrouwde ze toe aan de handen van de oversten der wacht, die de ingang van het huis des konings bewaakten.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 14 — omringende verzen
En Juda deed wat kwaad was in de ogen van de HEER; en zij verwekten Hem tot ijverzucht door hun zonden die zij bedreven hadden, meer dan alles wat hun vaderen gedaan hadden.
23Want zij bouwden ook voor zichzelf offerplaatsen en gewijde stenen en gewijde palen op iedere hoge heuvel en onder iedere groene boom.
24En er waren ook tempelhoeren in het land; zij handelden naar alle gruwelen der volken die de HEER voor de kinderen Israëls verdreven had.
25En het geschiedde in het vijfde jaar van koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, optrok tegen Jeruzalem.
26En hij nam de schatten van het huis van de HEER en de schatten van het huis des konings; hij nam alles weg; en hij nam al de gouden schilden weg die Salomo gemaakt had.
En koning Rehabeam maakte in hun plaats koperen schilden, en vertrouwde ze toe aan de handen van de oversten der wacht, die de ingang van het huis des konings bewaakten.
En het geschiedde, telkens wanneer de koning het huis van de HEER inging, dat de wacht ze droeg en ze daarna terugbracht naar de wachtkamer.
29Het overige nu der geschiedenis van Rehabeam, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda?
30En er was oorlog tussen Rehabeam en Jerobeam al hun dagen.
31En Rehabeam ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen in de stad van David. En de naam zijner moeder was Naäma, de Ammonietische. En Abijam, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.