Terug naar 1 Koningen 14
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 14:24

En er waren ook tempelhoeren in het land; zij handelden naar alle gruwelen der volken die de HEER voor de kinderen Israëls verdreven had.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 14 — omringende verzen

19

Het overige nu der geschiedenis van Jerobeam, hoe hij gestreden heeft en hoe hij geregeerd heeft, zie, dat is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.

20

En de dagen die Jerobeam regeerde waren twee en twintig jaar; en hij ontsliep met zijn vaderen, en Nadab, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.

21

En Rehabeam, de zoon van Salomo, regeerde over Juda. Rehabeam was één en veertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar te Jeruzalem, de stad die de HEER uit alle stammen van Israël uitverkoren had om Zijn naam daar te vestigen. En de naam zijner moeder was Naäma, de Ammonietische.

22

En Juda deed wat kwaad was in de ogen van de HEER; en zij verwekten Hem tot ijverzucht door hun zonden die zij bedreven hadden, meer dan alles wat hun vaderen gedaan hadden.

23

Want zij bouwden ook voor zichzelf offerplaatsen en gewijde stenen en gewijde palen op iedere hoge heuvel en onder iedere groene boom.

24

En er waren ook tempelhoeren in het land; zij handelden naar alle gruwelen der volken die de HEER voor de kinderen Israëls verdreven had.

25

En het geschiedde in het vijfde jaar van koning Rehabeam, dat Sisak, de koning van Egypte, optrok tegen Jeruzalem.

26

En hij nam de schatten van het huis van de HEER en de schatten van het huis des konings; hij nam alles weg; en hij nam al de gouden schilden weg die Salomo gemaakt had.

27

En koning Rehabeam maakte in hun plaats koperen schilden, en vertrouwde ze toe aan de handen van de oversten der wacht, die de ingang van het huis des konings bewaakten.

28

En het geschiedde, telkens wanneer de koning het huis van de HEER inging, dat de wacht ze droeg en ze daarna terugbracht naar de wachtkamer.

29

Het overige nu der geschiedenis van Rehabeam, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda?