Terug naar 1 Koningen 14
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 14:4

En de vrouw van Jerobeam deed zo, en stond op, en ging naar Silo, en kwam in het huis van Ahija. Maar Ahija kon niet zien, want zijn ogen stonden stil vanwege zijn ouderdom.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 14 — omringende verzen

1

Te dien tijde werd Abija, de zoon van Jerobeam, ziek.

2

En Jerobeam zeide tot zijn vrouw: Sta op, vermom u toch, opdat men niet erkennen zal dat gij de vrouw van Jerobeam zijt; en ga naar Silo; zie, daar is de profeet Ahija, die mij gezegd heeft dat ik koning zou zijn over dit volk.

3

En neem tien broden mede, en beschuiten, en een kruik honing, en ga tot hem; hij zal u zeggen wat er met het kind zal geschieden.

4

En de vrouw van Jerobeam deed zo, en stond op, en ging naar Silo, en kwam in het huis van Ahija. Maar Ahija kon niet zien, want zijn ogen stonden stil vanwege zijn ouderdom.

5

En de HEER had tot Ahija gezegd: Zie, de vrouw van Jerobeam komt om een zaak bij u te vragen voor haar zoon, want hij is ziek. Zo en zo zult gij tot haar zeggen; want het zal zijn, als zij inkomt, dat zij zich zal voordoen als een andere vrouw.

6

En het geschiedde, toen Ahija het geluid van haar voeten hoorde, terwijl zij door de deur binnenkwam, dat hij zeide: Kom binnen, gij vrouw van Jerobeam; waarom doet gij u voor als een andere? Want ik ben tot u gezonden met zware tijding.

7

Ga, zeg Jerobeam: Zo zegt de HEER, de God van Israël: Omdat Ik u verheven heb uit het midden van het volk, en u tot een vorst over mijn volk Israël gesteld heb,

8

en het koninkrijk van het huis van David gescheurd en het u gegeven heb — en gij toch niet geweest zijt als mijn knecht David, die mijn geboden bewaard heeft, en mij gevolgd is met zijn ganse hart, doende alleen wat recht was in mijn ogen —

9

maar u erger gedragen hebt dan allen die vóór u waren; want gij zijt heengegaan en hebt u andere goden gemaakt, en gegoten beelden, om Mij tot toorn te verwekken, en hebt Mij achter uw rug geworpen —