Terug naar 1 Koningen 15
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 15:13

En ook Maächa, zijn moeder, ontzette hij uit haar waardigheid als koningin, omdat zij een afgod in een heilig woud had gemaakt; en Asa velde haar afgod en verbrandde hem aan de beek Kidron.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 15 — omringende verzen

8

En Abijam ontsliep met zijn vaderen; en zij begroeven hem in de stad van David; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.

9

En in het twintigste jaar van Jeroboam, de koning van Israël, begon Asa over Juda te regeren.

10

En hij regeerde eenenveertig jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Maächa, de dochter van Abisalom.

11

En Asa deed wat recht was in de ogen van de HEER, zoals zijn vader David gedaan had.

12

En hij verwijderde de sodomieten uit het land, en deed alle afgoden weg die zijn vaders gemaakt hadden.

13

En ook Maächa, zijn moeder, ontzette hij uit haar waardigheid als koningin, omdat zij een afgod in een heilig woud had gemaakt; en Asa velde haar afgod en verbrandde hem aan de beek Kidron.

14

Maar de offerhoogten werden niet weggenomen; nochtans was het hart van Asa volkomen bij de HEER al zijn dagen.

15

En hij bracht de dingen die zijn vader gewijd had, en de dingen die hijzelf gewijd had, in het huis van de HEER: zilver, goud en voorwerpen.

16

En er was oorlog tussen Asa en Baësa, de koning van Israël, al hun dagen.

17

En Baësa, de koning van Israël, trok op tegen Juda en bouwde Rama, opdat hij niemand zou laten uitgaan of ingaan bij Asa, de koning van Juda.

18

Toen nam Asa al het zilver en het goud dat overgebleven was in de schatkamers van het huis van de HEER en de schatkamers van het huis des konings, en gaf dat in de hand van zijn dienaren; en koning Asa zond hen tot Benhadad, de zoon van Tabrimmon, de zoon van Hezion, de koning van Syrië, die te Damascus woonde, en zei: