Terug naar 1 Koningen 15
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 15:18

Toen nam Asa al het zilver en het goud dat overgebleven was in de schatkamers van het huis van de HEER en de schatkamers van het huis des konings, en gaf dat in de hand van zijn dienaren; en koning Asa zond hen tot Benhadad, de zoon van Tabrimmon, de zoon van Hezion, de koning van Syrië, die te Damascus woonde, en zei:

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 15 — omringende verzen

13

En ook Maächa, zijn moeder, ontzette hij uit haar waardigheid als koningin, omdat zij een afgod in een heilig woud had gemaakt; en Asa velde haar afgod en verbrandde hem aan de beek Kidron.

14

Maar de offerhoogten werden niet weggenomen; nochtans was het hart van Asa volkomen bij de HEER al zijn dagen.

15

En hij bracht de dingen die zijn vader gewijd had, en de dingen die hijzelf gewijd had, in het huis van de HEER: zilver, goud en voorwerpen.

16

En er was oorlog tussen Asa en Baësa, de koning van Israël, al hun dagen.

17

En Baësa, de koning van Israël, trok op tegen Juda en bouwde Rama, opdat hij niemand zou laten uitgaan of ingaan bij Asa, de koning van Juda.

18

Toen nam Asa al het zilver en het goud dat overgebleven was in de schatkamers van het huis van de HEER en de schatkamers van het huis des konings, en gaf dat in de hand van zijn dienaren; en koning Asa zond hen tot Benhadad, de zoon van Tabrimmon, de zoon van Hezion, de koning van Syrië, die te Damascus woonde, en zei:

19

Er is een verbond tussen mij en u, en tussen mijn vader en uw vader; zie, ik heb u een geschenk gezonden van zilver en goud; kom, verbreek uw verbond met Baësa, de koning van Israël, opdat hij van mij afwijke.

20

En Benhadad luisterde naar koning Asa en zond de aanvoerders van zijn legers tegen de steden van Israël, en sloeg Ijon, Dan en Abel-Beth-Maächa, en geheel Cinneroth, met het gehele land Naftali.

21

En het geschiedde, toen Baësa dit hoorde, dat hij ophield Rama te bouwen en in Tirza woonde.

22

Toen liet koning Asa een uitroep doen door geheel Juda; niemand was vrijgesteld; en zij namen de stenen van Rama weg, en het hout ervan, waarmee Baësa gebouwd had; en koning Asa bouwde daarmee Geba van Benjamin en Mizpa.

23

Het overige van alle daden van Asa, en al zijn macht, en alles wat hij deed, en de steden die hij bouwde, zijn die niet beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda? Doch op zijn oude dag was hij ziek aan zijn voeten.