1 Koningen 2:1
“Nu naderden de dagen van David dat hij sterven zou; en hij gaf Salomo, zijn zoon, bevel en zei:”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 2 — omringende verzen
Nu naderden de dagen van David dat hij sterven zou; en hij gaf Salomo, zijn zoon, bevel en zei:
Ik ga de weg van heel de aarde: wees dan sterk en bewijst u als een man;
3En onderhoud de plicht jegens de HEER, uw God, om in Zijn wegen te wandelen, om Zijn inzettingen en Zijn geboden en Zijn rechten en Zijn getuigenissen te onderhouden, zoals geschreven is in de wet van Mozes, opdat gij voorspoedig moogt zijn in alles wat gij doet en waarheen gij u ook wendt.
4Opdat de HEER Zijn woord moge bevestigen dat Hij over mij gesproken heeft en gezegd: Indien uw kinderen acht geven op hun weg, om voor Mijn aangezicht te wandelen in waarheid met heel hun hart en met heel hun ziel, zo zal het u niet ontbreken (zo heeft Hij gezegd) aan een man op de troon van Israël.
5Bovendien weet gij ook wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft, en wat hij de twee bevelhebbers van de legers van Israël aangedaan heeft, Abner, de zoon van Ner, en Amasa, de zoon van Jether, die hij gedood heeft, en hij heeft in vredestijd het bloed van oorlog vergoten, en het bloed van oorlog gedaan aan zijn gordel die om zijn lendenen was, en in zijn schoenen die aan zijn voeten waren.
6Doe dan naar uw wijsheid, en laat zijn grijze hoofd niet in vrede naar het graf dalen.