Terug naar 1 Koningen 20
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 20:5

En de boden kwamen wederom en zeiden: Zo spreekt Benhadad en zegt: Ik heb u immers gezonden en gezegd, dat u mij uw zilver en uw goud, uw vrouwen en uw kinderen zou leveren;

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 20 — omringende verzen

1

En Benhadad, de koning van Syrië, verzamelde al zijn leger; en er waren twee en dertig koningen bij hem, met paarden en wagens; en hij trok op en belegerde Samaria en streed daartegen.

2

En hij zond boden tot Achab, de koning van Israël, in de stad, en zeide tot hem: Zo zegt Benhadad:

3

Uw zilver en uw goud is het mijne; uw vrouwen ook en uw kinderen, de schoonste, zijn de mijne.

4

En de koning van Israël antwoordde en zeide: Mijn heer, o koning, zoals u gezegd hebt, ik ben de uwe en alles wat ik heb.

5

En de boden kwamen wederom en zeiden: Zo spreekt Benhadad en zegt: Ik heb u immers gezonden en gezegd, dat u mij uw zilver en uw goud, uw vrouwen en uw kinderen zou leveren;

6

Doch morgen omstreeks deze tijd zal ik mijn dienaren tot u zenden en zij zullen uw huis doorzoeken en de huizen van uw dienaren; en wat aangenaam is in uw ogen, zij zullen het in hun handen nemen en meenemen.

7

Toen riep de koning van Israël alle oudsten van het land bijeen en zeide: Let toch op en zie hoe deze man kwaad zoekt; want hij heeft tot mij gezonden om mijn vrouwen en om mijn kinderen en om mijn zilver en om mijn goud; en ik heb hem niets geweigerd.

8

En al de oudsten en al het volk zeiden tot hem: Luister niet naar hem en willig het niet in.

9

Daarom zeide hij tot de boden van Benhadad: Zegt mijn heer de koning: Alles waarvoor u de eerste maal tot uw knecht gezonden hebt, zal ik doen; maar dit ding kan ik niet doen. En de boden gingen heen en brachten hem het antwoord terug.

10

En Benhadad zond tot hem en zeide: De goden doen mij zo en nog meer, als het stof van Samaria genoeg zal zijn voor handenvol voor al het volk dat mij volgt.