1 Koningen 6:4
“Voor het huis maakte hij vensters met smalle kozijnen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 6 — omringende verzen
En het geschiedde in het vierhonderdtachtigste jaar nadat de kinderen Israëls uit het land Egypte getrokken waren, in het vierde jaar van het koningschap van Salomo over Israël, in de maand Ziv, dat is de tweede maand, dat hij begon het huis van de HEER te bouwen.
2Het huis dat koning Salomo voor de HEER bouwde, was zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog.
3De voorhal voor de tempel van het huis was twintig el lang, overeenkomstig de breedte van het huis, en tien el breed voor het huis uit.
Voor het huis maakte hij vensters met smalle kozijnen.
Tegen de muur van het huis bouwde hij rondom zijkamers, langs de muren van het huis aan alle zijden, zowel langs de tempel als langs het binnenste heiligdom; en hij maakte rondom zijkamers.
6De onderste kamer was vijf el breed, de middelste zes el breed en de derde zeven el breed; want aan de buitenzijde van de muur van het huis maakte hij rondom versmalde steunbalken, zodat de balken niet in de muren van het huis bevestigd hoefden te worden.
7Toen het huis gebouwd werd, was het opgetrokken uit steen die al klaargemaakt was voordat hij er naartoe gebracht werd; zodat er geen hamer, bijl of enig ijzeren gereedschap te horen was in het huis terwijl het gebouwd werd.
8De deur voor de middelste kamer was aan de rechterzijde van het huis; men ging op door een wenteltrap naar de middelste kamer, en vanuit de middelste naar de derde.
9Zo bouwde hij het huis en voltooide het; en hij bedekte het huis met balken en planken van cederhout.