1 Koningen 7:11
“Daarboven waren kostbare stenen, naar de maten van gehouwen steen, en cederhout.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 7 — omringende verzen
Hij maakte een zuilenhal; de lengte ervan was vijftig el en de breedte dertig el; en de hal was voor hen; en de andere pilaren en de zware balk waren voor hen.
7Voorts maakte hij een hal voor de troon, waar hij recht zou spreken, de Hal des Oordeels; die was bedekt met cederhout van de ene zijde van de vloer tot de andere.
8Zijn eigen huis waar hij woonde had nog een andere voorhof binnenin de hal, die van gelijke bouw was. Salomo maakte ook een huis voor de dochter van Farao, die hij tot vrouw genomen had, gelijk deze hal.
9Al deze gebouwen waren van kostbare stenen, naar de maten van gehouwen steen, gezaagd met zagen, van binnen en van buiten, van de fundering af tot de kroonlijst, en zo ook aan de buitenkant tot de grote voorhof.
10De fundering was van kostbare stenen, zelfs grote stenen, stenen van tien el en stenen van acht el.
Daarboven waren kostbare stenen, naar de maten van gehouwen steen, en cederhout.
De grote voorhof rondom had drie rijen gehouwen steen en een rij cederen balken, zowel voor de binnenste voorhof van het huis van de HEER als voor de hal van het huis.
13Koning Salomo zond zijn dienaren en haalde Hiram uit Tyrus.
14Hij was de zoon van een weduwe uit de stam Naftali, en zijn vader was een man van Tyrus, een koperbewerker; hij was vervuld met wijsheid, verstand en bekwaamheid om allerlei werk in koper te verrichten. Hij kwam tot koning Salomo en deed al zijn werk.
15Hij goot namelijk twee koperen pilaren, elk achttien el hoog; en een lijn van twaalf el kon elk ervan omspannen.
16Hij maakte twee kapitelen van gegoten koper om op de toppen van de pilaren te zetten; de hoogte van het ene kapiteel was vijf el en de hoogte van het andere kapiteel vijf el.