1 Koningen 7:8
“Zijn eigen huis waar hij woonde had nog een andere voorhof binnenin de hal, die van gelijke bouw was. Salomo maakte ook een huis voor de dochter van Farao, die hij tot vrouw genomen had, gelijk deze hal.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 7 — omringende verzen
Het was bovenaan met cederhout bedekt, op de balken die op vijfenveertig pilaren rustten, vijftien per rij.
4En er waren vensters in drie rijen, en licht was tegenover licht in drie geledingen.
5Al de deuren en posten waren vierkant, met de vensters; en licht was tegenover licht in drie geledingen.
6Hij maakte een zuilenhal; de lengte ervan was vijftig el en de breedte dertig el; en de hal was voor hen; en de andere pilaren en de zware balk waren voor hen.
7Voorts maakte hij een hal voor de troon, waar hij recht zou spreken, de Hal des Oordeels; die was bedekt met cederhout van de ene zijde van de vloer tot de andere.
Zijn eigen huis waar hij woonde had nog een andere voorhof binnenin de hal, die van gelijke bouw was. Salomo maakte ook een huis voor de dochter van Farao, die hij tot vrouw genomen had, gelijk deze hal.
Al deze gebouwen waren van kostbare stenen, naar de maten van gehouwen steen, gezaagd met zagen, van binnen en van buiten, van de fundering af tot de kroonlijst, en zo ook aan de buitenkant tot de grote voorhof.
10De fundering was van kostbare stenen, zelfs grote stenen, stenen van tien el en stenen van acht el.
11Daarboven waren kostbare stenen, naar de maten van gehouwen steen, en cederhout.
12De grote voorhof rondom had drie rijen gehouwen steen en een rij cederen balken, zowel voor de binnenste voorhof van het huis van de HEER als voor de hal van het huis.
13Koning Salomo zond zijn dienaren en haalde Hiram uit Tyrus.