Terug naar 1 Koningen 8
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 8:44

Als Uw volk uittrekt om te strijden tegen hun vijand, waarheen U hen ook zendt, en zij bidden tot de HEER in de richting van de stad die U gekozen hebt en van het huis dat ik voor Uw naam gebouwd heb:

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 8 — omringende verzen

39

Hoor dan in de hemel, Uw woonplaats, en vergeef, en doe, en geef aan ieder naar zijn wegen, U die zijn hart kent; (want U, ja U alleen, kent de harten van alle kinderen der mensen;)

40

Opdat zij U vrezen al de dagen dat zij leven in het land dat U onze vaderen gegeven hebt.

41

Bovendien, aangaande de vreemdeling die niet van Uw volk Israël is, maar uit een ver land komt omwille van Uw naam;

42

(Want zij zullen horen van Uw grote naam, Uw sterke hand en Uw uitgestrekte arm;) wanneer hij komt en bidt naar dit huis;

43

Hoor dan in de hemel, Uw woonplaats, en doe naar alles waarvoor de vreemdeling U aanroept; opdat alle volken der aarde Uw naam kennen en U vrezen, zoals Uw volk Israël doet; en opdat zij weten dat dit huis, dat ik gebouwd heb, naar Uw naam genoemd wordt.

44

Als Uw volk uittrekt om te strijden tegen hun vijand, waarheen U hen ook zendt, en zij bidden tot de HEER in de richting van de stad die U gekozen hebt en van het huis dat ik voor Uw naam gebouwd heb:

45

Hoor dan in de hemel hun gebed en hun smeekbede, en handhaaf hun zaak.

46

Als zij tegen U zondigen, (want er is geen mens die niet zondigt,) en U toornig op hen wordt en hen overlevert aan de vijand, zodat die hen gevangen wegvoert naar het land van de vijand, ver of nabij;

47

Toch, als zij tot nadenken komen in het land waarheen zij als gevangenen weggevoerd zijn, en zich bekeren en tot U smeken in het land van hen die hen gevangen hebben weggevoerd, en zeggen: Wij hebben gezondigd en verkeerd gedaan, wij hebben goddeloosheid bedreven;

48

En zo met heel hun hart en met heel hun ziel tot U terugkeren in het land van hun vijanden die hen gevangen hebben weggevoerd, en tot U bidden in de richting van hun land dat U hun vaderen gegeven hebt, de stad die U gekozen hebt en het huis dat ik voor Uw naam gebouwd heb:

49

Hoor dan in de hemel, Uw woonplaats, hun gebed en hun smeekbede, en handhaaf hun zaak,