1 Koningen 8:41
“Bovendien, aangaande de vreemdeling die niet van Uw volk Israël is, maar uit een ver land komt omwille van Uw naam;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Koningen 8 — omringende verzen
Hoor dan in de hemel, en vergeef de zonde van Uw dienaren en van Uw volk Israël, zodat U hen de goede weg leert waarop zij moeten wandelen, en geef regen over Uw land, dat U Uw volk tot een erfenis gegeven hebt.
37Als er in het land hongersnood is, als er pestilentie is, korenbrand, meeldauw, sprinkhanen, of als er rupsenzijn; als de vijand hen belegert in het land van hun steden; welke plaag of ziekte er ook zij;
38Welk gebed of welke smeekbede ook gedaan wordt door enig mens of door heel Uw volk Israël, die ieder de plaag van zijn eigen hart kent en zijn handen uitbreidt naar dit huis:
39Hoor dan in de hemel, Uw woonplaats, en vergeef, en doe, en geef aan ieder naar zijn wegen, U die zijn hart kent; (want U, ja U alleen, kent de harten van alle kinderen der mensen;)
40Opdat zij U vrezen al de dagen dat zij leven in het land dat U onze vaderen gegeven hebt.
Bovendien, aangaande de vreemdeling die niet van Uw volk Israël is, maar uit een ver land komt omwille van Uw naam;
(Want zij zullen horen van Uw grote naam, Uw sterke hand en Uw uitgestrekte arm;) wanneer hij komt en bidt naar dit huis;
43Hoor dan in de hemel, Uw woonplaats, en doe naar alles waarvoor de vreemdeling U aanroept; opdat alle volken der aarde Uw naam kennen en U vrezen, zoals Uw volk Israël doet; en opdat zij weten dat dit huis, dat ik gebouwd heb, naar Uw naam genoemd wordt.
44Als Uw volk uittrekt om te strijden tegen hun vijand, waarheen U hen ook zendt, en zij bidden tot de HEER in de richting van de stad die U gekozen hebt en van het huis dat ik voor Uw naam gebouwd heb:
45Hoor dan in de hemel hun gebed en hun smeekbede, en handhaaf hun zaak.
46Als zij tegen U zondigen, (want er is geen mens die niet zondigt,) en U toornig op hen wordt en hen overlevert aan de vijand, zodat die hen gevangen wegvoert naar het land van de vijand, ver of nabij;