Terug naar 1 Koningen 9
VSV
Statenvertaling

1 Koningen 9:16

Want Farao, de koning van Egypte, was opgetrokken en had Gezer ingenomen en het met vuur verbrand, en de Kanaänieten die in de stad woonden gedood, en het als een geschenk gegeven aan zijn dochter, de vrouw van Salomo.

Kruisverwijzingen

Context

1 Koningen 9 — omringende verzen

11

(Want Hiram, de koning van Tyrus, had Salomo voorzien van cederhout en cypressenhout en van goud, naar al zijn verlangen,) dat koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea.

12

En Hiram trok uit Tyrus om de steden te zien die Salomo hem gegeven had; en zij bevielen hem niet.

13

En hij zei: Wat zijn dit voor steden die u mij gegeven hebt, mijn broeder? En hij noemde ze het land Kabul tot op deze dag.

14

En Hiram zond aan de koning honderdtwintig talenten goud.

15

En dit is de reden van de heffing die koning Salomo oplegde; om het huis van de HEER te bouwen, zijn eigen huis, de Millo en de muur van Jeruzalem, en Hazor, Megiddo en Gezer.

16

Want Farao, de koning van Egypte, was opgetrokken en had Gezer ingenomen en het met vuur verbrand, en de Kanaänieten die in de stad woonden gedood, en het als een geschenk gegeven aan zijn dochter, de vrouw van Salomo.

17

En Salomo bouwde Gezer en het beneden-Beth-Horon,

18

En Baälath en Tadmor in de woestijn, in het land,

19

En alle voorraadsteden die Salomo had, en de steden voor zijn strijdwagens en de steden voor zijn ruiters, en alles wat Salomo begeerde te bouwen in Jeruzalem, in de Libanon en in heel het land van zijn heerschappij.

20

En al het volk dat overgebleven was van de Amorieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, die niet van de kinderen van Israël waren,

21

Hun kinderen die na hen in het land waren overgebleven, die de kinderen van Israël niet ten volle hadden kunnen uitroeien, over hen legde Salomo een herendienst op tot op deze dag.