1 Korintiërs 1:17
“Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet krachteloos zou worden gemaakt.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 1 — omringende verzen
Nu zeg ik dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus.
13Is Christus verdeeld? Is Paulus voor u gekruisigd? Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus?
14Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve Crispus en Gajus,
15Opdat niemand zou zeggen dat ik in mijn eigen naam gedoopt heb.
16En ik heb ook het huisgezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet krachteloos zou worden gemaakt.
Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het de kracht van God.
19Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen tenietdoen, en het verstand der verstandigen zal Ik verwerpen.
20Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld tot dwaasheid gemaakt?
21Want omdat in de wijsheid van God de wereld God door de wijsheid niet heeft gekend, heeft het God behaagd door de dwaasheid der prediking hen die geloven te behouden.
22Want de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid,