1 Korintiërs 1:12
“Nu zeg ik dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 1 — omringende verzen
Zodat het u aan geen gave ontbreekt, terwijl gij wacht op de openbaring van onze Heer Jezus Christus,
8Die u ook bevestigen zal tot het einde toe, opdat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heer Jezus Christus.
9God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heer.
10Nu vermaan ik u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat er geen scheuringen onder u zijn, maar dat gij volmaakt samengevoegd zijt in dezelfde gezindheid en in hetzelfde oordeel.
11Want mij is over u medegedeeld, mijn broeders, door hen die van het huis van Chloë zijn, dat er twisten onder u zijn.
Nu zeg ik dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus.
Is Christus verdeeld? Is Paulus voor u gekruisigd? Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus?
14Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve Crispus en Gajus,
15Opdat niemand zou zeggen dat ik in mijn eigen naam gedoopt heb.
16En ik heb ook het huisgezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.
17Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet krachteloos zou worden gemaakt.