1 Korintiërs 1:7
“Zodat het u aan geen gave ontbreekt, terwijl gij wacht op de openbaring van onze Heer Jezus Christus,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 1 — omringende verzen
Aan de gemeente van God die te Korinthe is, aan hen die geheiligd zijn in Christus Jezus, geroepen om heiligen te zijn, met allen die op elke plaats de Naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, zowel de hunne als de onze:
3Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
4Ik dank mijn God altijd over u, voor de genade van God die u gegeven is door Jezus Christus,
5Dat gij in alles door Hem verrijkt zijt, in alle spreekgave en in alle kennis,
6Zoals het getuigenis van Christus in u bevestigd is,
Zodat het u aan geen gave ontbreekt, terwijl gij wacht op de openbaring van onze Heer Jezus Christus,
Die u ook bevestigen zal tot het einde toe, opdat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heer Jezus Christus.
9God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heer.
10Nu vermaan ik u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat er geen scheuringen onder u zijn, maar dat gij volmaakt samengevoegd zijt in dezelfde gezindheid en in hetzelfde oordeel.
11Want mij is over u medegedeeld, mijn broeders, door hen die van het huis van Chloë zijn, dat er twisten onder u zijn.
12Nu zeg ik dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus.