1 Korintiërs 10:17
“Want wij zijn, met velen, één brood en één lichaam; want wij allen nemen deel aan dat ene brood.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 10 — omringende verzen
Laat hij dan die meent te staan, toezien dat hij niet valle.
13Ulieden heeft geen verzoeking aangegrepen dan menselijke; maar God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij kunt verdragen; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitweg geven, zodat gij die kunt doorstaan.
14Daarom dan, mijn geliefden, vliedt van de afgodendienst.
15Ik spreek als tot wijze mensen; oordeelt gij zelf wat ik zeg.
16De drinkbeker der dankzegging, die wij zegenen, is die niet de gemeenschap van het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap van het lichaam van Christus?
Want wij zijn, met velen, één brood en één lichaam; want wij allen nemen deel aan dat ene brood.
Ziet Israël naar het vlees: zijn niet zij die de offers eten, deelgenoten van het altaar?
19Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat wat aan afgoden geofferd wordt, iets is?
20Maar ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij dat aan duivels offeren, en niet aan God; en ik wil niet dat gij gemeenschap hebt met de duivels.
21Gij kunt niet de drinkbeker des Heren drinken en de drinkbeker der duivels; gij kunt niet deelhebben aan de tafel des Heren en aan de tafel der duivels.
22Of prikkelen wij de Heer tot jaloersheid? Zijn wij sterker dan Hij?