1 Korintiërs 10:19
“Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat wat aan afgoden geofferd wordt, iets is?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 10 — omringende verzen
Daarom dan, mijn geliefden, vliedt van de afgodendienst.
15Ik spreek als tot wijze mensen; oordeelt gij zelf wat ik zeg.
16De drinkbeker der dankzegging, die wij zegenen, is die niet de gemeenschap van het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap van het lichaam van Christus?
17Want wij zijn, met velen, één brood en één lichaam; want wij allen nemen deel aan dat ene brood.
18Ziet Israël naar het vlees: zijn niet zij die de offers eten, deelgenoten van het altaar?
Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat wat aan afgoden geofferd wordt, iets is?
Maar ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij dat aan duivels offeren, en niet aan God; en ik wil niet dat gij gemeenschap hebt met de duivels.
21Gij kunt niet de drinkbeker des Heren drinken en de drinkbeker der duivels; gij kunt niet deelhebben aan de tafel des Heren en aan de tafel der duivels.
22Of prikkelen wij de Heer tot jaloersheid? Zijn wij sterker dan Hij?
23Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen stichten.
24Niemand zoeke het zijne, maar een ieder het welzijn van de ander.