1 Korintiërs 10:23
“Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen stichten.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 10 — omringende verzen
Ziet Israël naar het vlees: zijn niet zij die de offers eten, deelgenoten van het altaar?
19Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat wat aan afgoden geofferd wordt, iets is?
20Maar ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij dat aan duivels offeren, en niet aan God; en ik wil niet dat gij gemeenschap hebt met de duivels.
21Gij kunt niet de drinkbeker des Heren drinken en de drinkbeker der duivels; gij kunt niet deelhebben aan de tafel des Heren en aan de tafel der duivels.
22Of prikkelen wij de Heer tot jaloersheid? Zijn wij sterker dan Hij?
Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen stichten.
Niemand zoeke het zijne, maar een ieder het welzijn van de ander.
25Alles wat in de vleeshal verkocht wordt, dat eet, zonder te vragen om der gewetenswil;
26Want de aarde is des Heren, en de volheid daarvan.
27Als iemand van de ongelovigen u uitnodigt en gij wilt gaan, eet dan alles wat u voorgezet wordt, zonder te vragen om der gewetenswil.
28Maar als iemand tot u zegt: Dit is aan afgoden geofferd, eet het dan niet, omwille van hem die het u mededeelde, en om der gewetenswil; want de aarde is des Heren, en de volheid daarvan;