1 Korintiërs 11:17
“Nu in dit opzicht kan ik u niet prijzen, dat gij samenkomt niet ten goede, maar ten kwade.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 11 — omringende verzen
Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw; maar alle dingen zijn uit God.
13Oordeelt gij zelf: betaamt het dat een vrouw ongedekt tot God bidt?
14Leert de natuur zelf u niet, dat het voor een man een schande is indien hij lang haar draagt?
15Maar voor een vrouw is lang haar een eer; want het haar is haar gegeven als bedekking.
16Maar indien iemand lust heeft om te twisten — wij hebben zulk een gewoonte niet, en de gemeenten van God evenmin.
Nu in dit opzicht kan ik u niet prijzen, dat gij samenkomt niet ten goede, maar ten kwade.
Want in de eerste plaats hoor ik, dat er bij uw samenkomsten in de gemeente scheuringen onder u zijn; en gedeeltelijk geloof ik het.
19Want er moeten ook sekten onder u zijn, opdat zij die beproefd zijn, onder u openbaar worden.
20Wanneer gij dan bijeenkomt, is dat niet om des Heren avondmaal te eten.
21Want bij het eten neemt een ieder zijn eigen avondmaal alvast voor; en de een lijdt honger, terwijl de ander dronken is.
22Wat? Hebt gij geen huizen om te eten en te drinken? Of veracht gij de gemeente van God, en beschaamt gij hen die niets hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.