1 Korintiërs 11:22
“Wat? Hebt gij geen huizen om te eten en te drinken? Of veracht gij de gemeente van God, en beschaamt gij hen die niets hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 11 — omringende verzen
Nu in dit opzicht kan ik u niet prijzen, dat gij samenkomt niet ten goede, maar ten kwade.
18Want in de eerste plaats hoor ik, dat er bij uw samenkomsten in de gemeente scheuringen onder u zijn; en gedeeltelijk geloof ik het.
19Want er moeten ook sekten onder u zijn, opdat zij die beproefd zijn, onder u openbaar worden.
20Wanneer gij dan bijeenkomt, is dat niet om des Heren avondmaal te eten.
21Want bij het eten neemt een ieder zijn eigen avondmaal alvast voor; en de een lijdt honger, terwijl de ander dronken is.
Wat? Hebt gij geen huizen om te eten en te drinken? Of veracht gij de gemeente van God, en beschaamt gij hen die niets hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.
Want ik heb van de Heer ontvangen hetgeen ik ook aan u heb overgeleverd, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam;
24En nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zeide: Neemt, eet; dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis.
25Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, nadat Hij gegeten had, en zeide: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed; doet dit, zo dikwijls als gij drinkt, tot Mijn gedachtenis.
26Want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
27Daarom, wie dit brood eet of de drinkbeker des Heren drinkt op onwaardige wijze, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heren.