1 Korintiërs 12:17
“Indien het gehele lichaam een oog was, waar zou het gehoor zijn? Indien het geheel gehoor was, waar zou de reuk zijn?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 12 — omringende verzen
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en alle leden van dat ene lichaam, hoewel zij vele zijn, één lichaam zijn; zo is het ook met Christus.
13Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij heidenen, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij zijn allen van één Geest doordrenkt.
14Want het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele.
15Indien de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, behoor ik niet tot het lichaam; behoort hij daarom niet tot het lichaam?
16En indien het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, behoor ik niet tot het lichaam; behoort het daarom niet tot het lichaam?
Indien het gehele lichaam een oog was, waar zou het gehoor zijn? Indien het geheel gehoor was, waar zou de reuk zijn?
Maar nu heeft God de leden elk van hen in het lichaam gesteld, zoals het Hem behaagd heeft.
19En indien zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn?
20Maar nu zijn zij wel vele leden, maar één lichaam.
21En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet nodig; noch het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet nodig.
22Ja, veeleer zijn de leden van het lichaam die zwakker schijnen te zijn, noodzakelijk.