1 Korintiërs 16:17
“Ik verheug mij over de komst van Stefanas, Fortunatus en Achaïcus; want wat u ontbrak, hebben zij aangevuld.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 16 — omringende verzen
Wat onze broeder Apollos betreft: ik heb hem sterk aangespoord om met de broeders naar u toe te gaan, maar zijn wil was volstrekt niet om nu te komen; hij zal echter komen wanneer hij een geschikte gelegenheid heeft.
13Wees waakzaam, staat vast in het geloof, gedraagt u mannelijk, weest sterk.
14Laat al uw dingen in liefde geschieden.
15Ik vermaan u, broeders — u kent het huis van Stefanas, dat het de eerstelingen van Achaje zijn, en dat zij zichzelf hebben toegewijd aan de dienst der heiligen —
16dat u zich ook onderwerpt aan zulke mensen, en aan ieder die met ons medewerkt en arbeid verricht.
Ik verheug mij over de komst van Stefanas, Fortunatus en Achaïcus; want wat u ontbrak, hebben zij aangevuld.
Want zij hebben mijn geest en de uwe verkwikt; erkent dan hen die zulke mensen zijn.
19De gemeenten van Azië groeten u. Aquila en Priscilla groeten u hartelijk in de Heer, met de gemeente die bij hen aan huis is.
20Al de broeders groeten u. Groet elkander met een heilige kus.
21De groet van mij, Paulus, met mijn eigen hand.
22Als iemand de Heer Jezus Christus niet liefheeft, die zij vervloekt. Maranatha.