1 Korintiërs 16:7
“Want ik wil u nu niet in het voorbijgaan zien, maar ik vertrouw enige tijd bij u te blijven, als de Heer het toelaat.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 16 — omringende verzen
Op de eerste dag van de week moet ieder van u bij zichzelf opzijleggen en opsparen wat hem goeddunkt, opdat er geen inzamelingen zijn wanneer ik kom.
3En wanneer ik gekomen ben, zal ik hen die u door uw brieven goedgekeurd hebt, zenden om uw gift naar Jeruzalem te brengen.
4En indien het de moeite waard is dat ook ik ga, zullen zij met mij gaan.
5Ik zal nu bij u komen wanneer ik door Macedonië getrokken ben, want ik trek door Macedonië.
6En misschien blijf ik bij u of breng zelfs de winter bij u door, opdat u mij kunt uitgeleide doen naar waar ik ook heenreizen mag.
Want ik wil u nu niet in het voorbijgaan zien, maar ik vertrouw enige tijd bij u te blijven, als de Heer het toelaat.
Maar ik zal te Efeze blijven tot het Pinksterfeest.
9Want er is mij een grote en krachtige deur geopend, en er zijn vele tegenstanders.
10Als Timotheüs nu komt, zorgt er dan voor dat hij zonder vrees bij u kan zijn; want hij doet het werk van de Heer, zoals ik dat ook doe.
11Laat niemand hem daarom verachten, maar geleidt hem in vrede voort, opdat hij tot mij kome; want ik verwacht hem met de broeders.
12Wat onze broeder Apollos betreft: ik heb hem sterk aangespoord om met de broeders naar u toe te gaan, maar zijn wil was volstrekt niet om nu te komen; hij zal echter komen wanneer hij een geschikte gelegenheid heeft.