1 Korintiërs 3:2
“Ik heb u met melk gevoed en niet met vaste spijs, want gij waart nog niet in staat, ja, nu nog zijt gij het niet,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 3 — omringende verzen
En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kinderkens in Christus.
Ik heb u met melk gevoed en niet met vaste spijs, want gij waart nog niet in staat, ja, nu nog zijt gij het niet,
Want gij zijt nog vleselijk. Want terwijl er onder u nijd, en twist, en verdeeldheid is, zijt gij dan niet vleselijk en wandelt gij niet naar den mens?
4Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik ben van Apollos, zijt gij dan niet vleselijk?
5Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, dan dienaren door wie gij geloofd hebt, zoals de Heer aan ieder gegeven heeft?
6Ik heb geplant, Apollos heeft natgemaakt, maar God heeft de wasdom gegeven.
7Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die natmaakt, maar God Die de wasdom geeft.