1 Korintiërs 3:9
“Want wij zijn medearbeiders van God; gij zijt Gods akker, Gods gebouw.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 3 — omringende verzen
Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik ben van Apollos, zijt gij dan niet vleselijk?
5Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, dan dienaren door wie gij geloofd hebt, zoals de Heer aan ieder gegeven heeft?
6Ik heb geplant, Apollos heeft natgemaakt, maar God heeft de wasdom gegeven.
7Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die natmaakt, maar God Die de wasdom geeft.
8En hij die plant en hij die natmaakt, zijn één; doch ieder zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arbeid.
Want wij zijn medearbeiders van God; gij zijt Gods akker, Gods gebouw.
Naar de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt daarop. Maar een ieder zie toe hoe hij daarop bouwt.
11Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, namelijk Jezus Christus.
12En indien iemand op dit fundament bouwt goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stoppelen,
13Eens ieders werk zal openbaar worden, want de dag zal het verklaren, omdat het door vuur geopenbaard zal worden; en het vuur zal beproeven van welke aard eens ieders werk is.
14Indien iemands werk blijft bestaan, dat hij daarop gebouwd heeft, zal hij loon ontvangen.