1 Korintiërs 4:10
“Wij zijn dwazen om Christus' wil, maar gij zijt wijs in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt geëerd, maar wij zijn veracht.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 4 — omringende verzen
Daarom, oordeelt niets vóór de tijd, totdat de Heer komt, Die zowel de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen, als de beraadslagingen van de harten openbaar zal maken; en dan zal een ieder lof ontvangen van God.
6En deze dingen, broeders, heb ik in een beeld op mijzelf en op Apollos toegepast, ter wille van u, opdat gij door ons zoudt leren niet te denken boven hetgeen geschreven is, opdat niemand van u zich opblaze voor de een tegen de ander.
7Want wie maakt u onderscheiden? En wat hebt gij dat gij niet ontvangen hebt? En indien gij het ook ontvangen hebt, waarom roemt gij alsof gij het niet ontvangen hadt?
8Gij zijt nu reeds verzadigd, gij zijt nu reeds rijk geworden, gij hebt als koningen geregeerd zonder ons; en och, of gij maar regeerdet, opdat ook wij met u zouden mogen regeren!
9Want ik meen dat God ons, apostelen, als laatsten heeft tentoongesteld, als ter dood veroordeelden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, zowel voor engelen als voor mensen.
Wij zijn dwazen om Christus' wil, maar gij zijt wijs in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt geëerd, maar wij zijn veracht.
Tot op dit ogenblik toe lijden wij zowel honger als dorst, en zijn wij naakt, en worden wij met vuisten geslagen, en hebben wij geen vaste woonplaats;
12en wij zwoegen en werken met onze eigen handen. Gescholden wordende, zegenen wij; vervolgd wordende, verdragen wij het;
13belasterd wordende, bidden wij; wij zijn geworden als het uitvaagsel van de wereld, het afschraapsel van allen, tot op deze dag toe.
14Ik schrijf deze dingen niet om u te beschamen, maar ik vermaan u als mijn geliefde kinderen.
15Want al hadt gij tienduizend leermeesters in Christus, toch hebt gij niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u verwekt door het Evangelie.