Terug naar 1 Korintiërs 4
VSV
Statenvertaling

1 Korintiërs 4:5

Daarom, oordeelt niets vóór de tijd, totdat de Heer komt, Die zowel de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen, als de beraadslagingen van de harten openbaar zal maken; en dan zal een ieder lof ontvangen van God.

Kruisverwijzingen

Context

1 Korintiërs 4 — omringende verzen

1

Laat een mens ons zo beschouwen: als dienaars van Christus en rentmeesters van de verborgenheden Gods.

2

Bovendien wordt er van rentmeesters geëist dat iemand trouw bevonden wordt.

3

Maar bij mij is het een zeer geringe zaak dat ik door u of door een menselijk oordeel geoordeeld zou worden; ja, ik oordeel mijzelf ook niet.

4

Want ik ben mij van niets bewust; maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd, maar Hij Die mij oordeelt, is de Heer.

5

Daarom, oordeelt niets vóór de tijd, totdat de Heer komt, Die zowel de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen, als de beraadslagingen van de harten openbaar zal maken; en dan zal een ieder lof ontvangen van God.

6

En deze dingen, broeders, heb ik in een beeld op mijzelf en op Apollos toegepast, ter wille van u, opdat gij door ons zoudt leren niet te denken boven hetgeen geschreven is, opdat niemand van u zich opblaze voor de een tegen de ander.

7

Want wie maakt u onderscheiden? En wat hebt gij dat gij niet ontvangen hebt? En indien gij het ook ontvangen hebt, waarom roemt gij alsof gij het niet ontvangen hadt?

8

Gij zijt nu reeds verzadigd, gij zijt nu reeds rijk geworden, gij hebt als koningen geregeerd zonder ons; en och, of gij maar regeerdet, opdat ook wij met u zouden mogen regeren!

9

Want ik meen dat God ons, apostelen, als laatsten heeft tentoongesteld, als ter dood veroordeelden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, zowel voor engelen als voor mensen.

10

Wij zijn dwazen om Christus' wil, maar gij zijt wijs in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt geëerd, maar wij zijn veracht.