1 Korintiërs 6:2
“Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien de wereld door u geoordeeld zal worden, zijt gij dan onwaardig om over de kleinste zaken te oordelen?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 6 — omringende verzen
Durft iemand van u, die een zaak heeft tegen een ander, een rechtszaak voeren voor de onrechtvaardigen, en niet voor de heiligen?
Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien de wereld door u geoordeeld zal worden, zijt gij dan onwaardig om over de kleinste zaken te oordelen?
Weet gij niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan zaken die dit leven betreffen?
4Indien gij dan rechtszaken hebt over dingen die dit leven betreffen, stel dan hen aan om te oordelen die in de gemeente het minst geacht zijn.
5Ik zeg dit tot uw beschaming. Is het zo dat er onder u geen enkel wijs man is, zelfs niet een, die in staat zal zijn te oordelen tussen zijn broeders?
6Maar broeder voert een rechtszaak tegen broeder, en dat voor ongelovigen!
7Nu is er dan in het geheel reeds een tekortkoming onder u, dat gij rechtszaken tegen elkaar hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom laat gij u niet liever benadelen?