Terug naar 1 Korintiërs 6
VSV
Statenvertaling

1 Korintiërs 6:7

Nu is er dan in het geheel reeds een tekortkoming onder u, dat gij rechtszaken tegen elkaar hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom laat gij u niet liever benadelen?

Kruisverwijzingen

Context

1 Korintiërs 6 — omringende verzen

2

Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien de wereld door u geoordeeld zal worden, zijt gij dan onwaardig om over de kleinste zaken te oordelen?

3

Weet gij niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan zaken die dit leven betreffen?

4

Indien gij dan rechtszaken hebt over dingen die dit leven betreffen, stel dan hen aan om te oordelen die in de gemeente het minst geacht zijn.

5

Ik zeg dit tot uw beschaming. Is het zo dat er onder u geen enkel wijs man is, zelfs niet een, die in staat zal zijn te oordelen tussen zijn broeders?

6

Maar broeder voert een rechtszaak tegen broeder, en dat voor ongelovigen!

7

Nu is er dan in het geheel reeds een tekortkoming onder u, dat gij rechtszaken tegen elkaar hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom laat gij u niet liever benadelen?

8

Maar gij doet onrecht en gij benadelt, en dat nog wel uw broeders.

9

Weet gij niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet: noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch wellustige mannen, noch die bij mannen liggen,

10

noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, noch lasteraars, noch rovers, zullen het Koninkrijk Gods beërven.

11

En dit zijn sommigen van u geweest; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God.

12

Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij door geen ding laten beheersen.