1 Korintiërs 7:16
“Want wat weet gij, vrouw, of gij uw man zalig zult maken? Of wat weet gij, man, of gij uw vrouw zalig zult maken?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 7 — omringende verzen
maar indien zij toch scheidt, laat zij dan ongehuwd blijven of zich verzoenen met haar man; en laat de man zijn vrouw niet wegzenden.
12Maar tot de overigen zeg ik, niet de Heer: indien een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij er genoegen in heeft bij hem te wonen, laat hij haar niet wegzenden.
13En de vrouw die een ongelovige man heeft, en indien hij er genoegen in heeft bij haar te wonen, laat zij hem niet verlaten.
14Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door de man; anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.
15Maar indien de ongelovige wil scheiden, laat hem scheiden. Een broeder of een zuster is niet gebonden in zulke gevallen; maar God heeft ons geroepen tot vrede.
Want wat weet gij, vrouw, of gij uw man zalig zult maken? Of wat weet gij, man, of gij uw vrouw zalig zult maken?
Maar zoals God aan een ieder heeft toebedeeld, zoals de Heer een ieder geroepen heeft, zo laat hij wandelen. En zo verorden ik in alle gemeenten.
18Is iemand besneden geroepen? Laat hij niet onbesneden worden. Is iemand in onbesnedenheid geroepen? Laat hij zich niet laten besnijden.
19Besnijdenis is niets, en onbesnedenheid is niets, maar het houden van de geboden Gods.
20Laat een ieder blijven in de roeping waarin hij geroepen is.
21Zijt gij als slaaf geroepen? Wees daar niet bezorgd over; maar indien gij vrij kunt worden, maak daar dan liever gebruik van.