Terug naar 1 Kronieken 17
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 17:12

Hij zal Mij een huis bouwen, en Ik zal zijn troon voor eeuwig bevestigen.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 17 — omringende verzen

7

Nu dan, zo zult gij tot Mijn dienaar David zeggen: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik heb u genomen van de schaapskooi, van achter de schapen vandaan, opdat gij een vorst zoudt zijn over Mijn volk Israël.

8

En Ik ben met u geweest overal waar gij gegaan hebt, en heb al uw vijanden voor u uitgeroeid, en heb u een naam gemaakt zoals de naam der groten die op de aarde zijn.

9

Ook zal Ik een plaats bereiden voor Mijn volk Israël en hen planten, en zij zullen in hun plaats wonen en niet meer bewogen worden, en de kinderen der goddeloosheid zullen hen niet meer verdrukken zoals in het begin,

10

En sinds de tijd dat Ik richters aangesteld heb over Mijn volk Israël. Bovendien zal Ik al uw vijanden onderwerpen. Verder verkondig Ik u dat de HEER u een huis zal bouwen.

11

En het zal geschieden, wanneer uw dagen vervuld zijn en gij heengaan moet om bij uw vaderen te zijn, dat Ik uw zaad na u zal verwekken, dat uit uw zonen zal zijn, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.

12

Hij zal Mij een huis bouwen, en Ik zal zijn troon voor eeuwig bevestigen.

13

Ik zal hem tot een vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn, en Ik zal Mijn goedertierenheid niet van hem wegnemen, zoals Ik die weggenomen heb van hem die vóór u was.

14

Maar Ik zal hem bevestigen in Mijn huis en in Mijn koninkrijk voor eeuwig, en zijn troon zal voor altoos bevestigd zijn.

15

Overeenkomstig al deze woorden en overeenkomstig geheel dit visioen, zo sprak Nathan tot David.

16

En koning David kwam en bleef voor het aangezicht des HEREN, en zei: Wie ben ik, HEER God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?

17

En dit was nog gering in Uw ogen, o God, want Gij hebt ook gesproken over het huis van Uw dienaar voor een verre toekomst, en Gij hebt mij aangezien naar de wijze van een hooggeplaatst mens, o HEER God.